.
 
Site navigatie:
Categories
Archiefs
Zoeken
Kalender
juli 2010
M D W D V Z Z
« Jun    
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  
Bezoekers
    je bent alleen
Links:
 

Waneer uw Linuxserver of -computer nogal traag is gaat u zich misschien afvragen of het geheugen wellicht uitgebreid moet worden. Maar is dat echt nodig? Bekijk het eens vanuit TOP.

Door het commando top in te typen krijgt u een programma dat de processen weergeeft. Elke 5 seconden worden de gegevens opnieuw geladen. Zo toont het u de systeemprestaties in werkelijke tijd.

In de eerste regel ziet u hoe lang de server al aanstaat: hier 16 dagen, 3 uur een 23 minuten. De load average van de laatste 1, 5 en 15 minuten. U krijgt dan een goede indruk en niet alleen een momentopname. De waarde is aantal CPU’s x 1.00. Alles daaronder zegt dat het systeem capaciteit over heeft. Daarboven dan zullen processen in de wachtrij geraken totdat er tijd voor ze is.

De tasks-regel geeft aan hoeveel processen er zijn. Zombies zijn processen die klaar zijn maar niet afgesloten. Ze staan nog open en u zou ze handmatig moeten beëndigen. Stopped zijn processen waar u ook naar moet kijken. Ze wachten tot ze de opdracht krijgen verder te gaan.

Op de CPU(s) regel moet u letten op us (User Space processen) en sy (Systeem processen). De laatste zal meer drukken op het systeem. De derde belangrijke is de wa. Dit zijn processen die wachten op I/O bronnen. Als dit hoog is, samen met een hoge load average dan heeft u een probleem. Wellicht is dat een geheugenprobleem. Hieronder ziet u dat 94,9% idle is: processen die niets te doen hebben.

top.jpg

Het commando free

Druk op de q-toets om top te stoppen. Hoewel in top de “free” informatie al gegeven wordt, doen we dat toch liever met het commando free. Omdat deze ook een samenvatting maakt. En omdat de parameter -m het geheel in MegaBytes geeft en dat is toch wat handiger te lezen.

free.jpg

U ziet dat er totaal 3 GB aan RAM is. Slechts 390MB is vrij. Terwijl er volgens top nauwelijks processen actief zijn! U ziet ook dat er 1/2GB aan buffers zijn en 1,2GB aan cached. Buffers en cached zijn in het kort gezegd gegevens die voor het gemak in RAM staan en nog moeten worden weggeschreven. Het mooie is dat als er RAM-geheugen nodig is de buffers/cached in milisecondes worden geleegd. Feitelijk is er veel meer werkgeheugen beschikbaar. Dat zien we in de samenvatting -/+buffers/cache: 2,1GB in plaats van 390MB is free!! We hoeven het geheugen helemaal niet uit te breiden.

Onderaan zien we de swap. Kort door de bocht gesproken moet deze eigenlijk geheel vrij zijn. Een klein beetje data in de swap is normaal. Sommige programma’s zijn geprogrammeerd om swap zelfs flink te gebruiken (Oracle enSAP bijvoorbeeld). Maar doorgaans is swap alleen aan het vollopen als er te weinig werkgeheugen is voor het systeem.

Top gebruiken

In top heeft u de mogelijkheid om processen (zombies bijvoorbeeld) te beëndigen. Druk op K. Geef de PID op. En stuur het proces signaal15. Werkt dat niet dan kan het grovere signaal 9 gebruikt worden. Met de R toets kan het proces meer of minder prioriteit gegeven worden. -20 (hoog) tot 19 (laag). Alleen root kan minwaarden geven en -20 betekent echt dat alleen het betreffende proces aandacht krijgt. Gebruik ? om een overzicht van sneltoetsen te krijgen. De Q sluit top af. man of info top en man of info free vertelt u nog meer.

Conclusie

Top zal u laten zien of werkgeheugen uitbreiden nodig is. Of dat uw CPU het niet aankan. Of anders dat het specifieke processen zijn die een bottleneck veroorzaken. Wellicht moeten die programma’s eens geupgrade of opnieuw gecompileerd worden. Kortom: hoe simpel top (en free) ook lijken, ze geven uw een hands-on op de systeemprestaties. Na het lezen van dit artikel (mede geÏnspireerd door een artikel van Sander van Vugt in Linux Magazine maart 2009), begrijpt u meer van wat u met top en free kunt zien.

Gepubliceerd in: linux
 

Ik doe de mail altijd via webmail van horde op de servers van strato.  Nu wilt het nog weleens voorkomen dat de server verhuis naar een ander.  Wat je dan wilt is dat de email wel mee genomen wordt naar de andere server. 

Dit is te doen je moet dan via ftps inloggen op de server WinSCP is hiervoor geschikt.  Op een strato virtuel server staat deze map op :  

 Var/qmail/mailnames/..domeinnaam../..emailadres../Maildir/cur   .

zo staan er ook andere mapen in .sentmail eigen gemaakte mappen eventueel. ook staan de bijlages in de bestanden.  

nu is het een kwestie van kopieren en klaar is kees.

Gepubliceerd in: Strato V-Server
 

Veel van mijn emails kwamen in een spam filter terecht van Hotmail of Gmail tot mijn grote spijt.  Dit bleek na lang speurwerk te liggen aan een zogenaamde SPF instellingen.

 Sender Policy Framework (afgekort SPF) is een protocol dat tot doel heeft te helpen spam te verminderen. Men hoopt spam te verminderen door vast te stellen of de verzender van een mailbericht gerechtigd is om een bericht te verzenden.

Binnen het SPF protocol wordt aan het DNS-record een extra informatieveld van een domein toegevoegd. In dit record wordt vermeld welke mailservers namens dit domein mail mogen verzenden. Staat een mailserver niet in deze opsomming en verzendt deze toch mail met het betreffende domein als afzender, dan wordt de mail als onrechtmatig beschouwd.

SPF levert een bescheiden bijdrage aan het beperken van spam. Het helpt mailservers wel om mail te onderscheppen welke door bijvoorbeeld een zombie-pc is verzonden, maar niet tegen mail welke verzonden is door mailservers die in het betreffende domeinrecord vermeld zijn. Spammers maken daardoor steeds vaker gebruik van officieel geregistreerde domeinen waarvan zij ook de mailservers in handen hebben.

Voor nieuwe sites geldt:

<domain>. TXT “v=spf1 a mx mx:mail.<domain> ip4:<ip> -all”
Ga naar de plesk om geving van de server ( domein instellen komt later !!!)

Ga naar server dan DNS instellingen .   Server > DNS >

* voeg een TXT record toe  laat  domein naam leeg in het TXT record vul je het volgende in 

“v=spf1 a mx mx:mail.<domain> ip4:<ip> -all”  ( LET OP : ZONDER DE AANHALINGSTEKENS !!)

Als  je nu een  nieuw domein zou aanmaken en bovengenoemde gedeelte heb ingevuld.  Dan wordt dit al gedaan voor je
(als je ip veranderd  van server, moet je het handmatig aanpassen !)

Voor bestaande sites  dus sites die al in plesk zijn ondergebracht :

Voor elk domein waarmee  je email wilt versturen moet je TXT record toevoegen !!

mydomain.com. TXT “v=spf1 a mx mx:mail.mydomain.com. ip4:1.2.3.4 -all”
waar  1.2.3.4 is IP adres  van je email server. ( De aanhalingstekens niet mee nemen !!  )

Dus het je krijg het volgende voorbeeld:
mydomain.com. TXT “v=spf1 a mx mx:mail.mydomain.com ip4:N.N.N.N 1 -all”

* verander mydomain.com  met jouw domein en  N.N.N.N met het ip van het domain’s IP

* met het testen is het beter om  ”~all” and not “-all”  te gebruiken.

Gepubliceerd in: Strato V-Server
« Vorige paginaVolgende pagina »